Zorg voor allerkleinsten staat centraal op 17 mei

Hoe kun je kinderen in de eerste duizend levensdagen een kansrijke start bieden? Over deze vraag vindt op 17 mei een congres plaats onder de titel ‘Vroeg begonnen, veel gewonnen!’

De afgelopen twaalf jaar trachtten Balkenende-4 en Rutte-2 de aandacht van de jeugdzorg te verleggen naar de allerkleinsten. Dat lukte niet. Nu doet VWS-minister Hugo de Jonge een poging. Slaagt hij er wel in kinderen in de eerste 1.000 dagen een kansrijke start te bieden? Welke belangrijke interventies, goede voorbeelden en ontwikkelingen zijn er op dit gebied? En welke positieve resultaten levert dit op qua gezondheid en kostenbesparing Over deze vragen vindt op 17 mei een congres plaats onder de titel ‘Vroeg begonnen, veel gewonnen!’.Er zijn plenaire voordrachten, parallelsessies, flitspresentaties en workshops. Hieronder volgt een opsomming van de specifieke vragen die dit congres beoogt te beantwoorden.

Vroeg begonnen….

In 2007 wordt André Rouvoet minister voor Jeugd en Gezin in de regering Balkenende-4. Hij start met een ambitieus programma. De jeugdgezondheidszorg en jeugdzorg moeten voortaan samen werken in Centra voor Jeugd en Gezin (CJGs). Ook moeten deze zorgaanbieders hun dienstverlening eerder inzetten en bij kinderen op jongere leeftijd. Het bijgaand plaatje wordt in deze jaren populair. Dat toont aan dat hulpverlening aan 0- 4 jarigen veel meer rendement oplevert dan die op latere leeftijden.

Centra voor Jeugd en Gezin

Als Rouvoet in 2011 vertrekt, staan overal in het land Centra voor Jeugd en Gezin. Vaak zijn het slechts verzamelgebouwen: verloskundigen, opvoedondersteuners, jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en schoolmaatschappelijk werk behouden meestal hun eigen financiering en richtlijnen. Zij identificeren zich meer met hun eigen beroepsgroep dan met het CJG. Er is vooral structuurpolitiek gevoerd. Inhoudelijk en professioneel hebben de CJGs niet geleid tot betere en eerdere dienstverlening voor de allerkleinsten.

Weinig vernieuwing

Na 2011 gaan regeringen Rutte-1 en 2 en parlement verder met nieuwe structuurwetgeving. Martin van Rijn wordt in 2012 staatssecretaris van VWS in Rutte-2. Hij bereidt grote decentralisaties voor zorg en welzijn voor. Er komt een nieuwe Jeugdwet, een verbreding van de Wmo, een Participatiewet en de Wet Langduriger Zorg. De Jeugdwet regelt dat de bekostiging van alle jeugdzorg voortaan via gemeenten loopt. De CJGs krijgen een nieuwe naam: ze heten voortaan integrale wijkjeugdteams. De oorspronkelijke idealen van eerdere hulpinzet bij 0 – 4 jarigen blijven gelden als inspiratiebron voor de decentralisatie van vooral de Jeugdwet. De theorie is: gemeenten functioneren dichterbij de burger dan provincie en rijksoverheid en kunnen daarom eerder hulp inzetten. Door alle nieuwe wetten en de ermee gepaarde bezuinigingen is er weinig inhoudelijke vernieuwing in de zorg voor de allerkleinsten. Alle aandacht van leidinggevende professionals en directies gaat uit naar de nieuwe structuren. Op 16 januari 2019 blijken de nieuwe structuren niet het gewenste effect op te leveren. Het CPB toont aan dat de ingestelde wijkteams niet leiden tot besparingen maar vaak juist tot meer zorg. Reden? De inhoudelijke samenwerking is niet veranderd.

Veel aandacht voor allerkleinsten

In 2017 treedt VWS-minister Hugo de Jonge aan in de regering Rutte-3. Hij wil geen nieuwe wetgeving meer voor zorg en dienstverlening aan de allerkleinsten en de jeugd. Hij wil inhoudelijk aan de slag met innovatie. Ook wetenschap en veld zijn daaraan toe. De Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen houdt in oktober 2018 een symposium over het onderwerp De eerste duizend dagen van het leven. Daarin komt Rouvoets oude ambitie van eerder hulp inzetten bij de allerkleinsten weer terug. De Amsterdamse hoogleraar Vroege ontwikkeling en gezondheid Tessa Roseboom publiceert medio 2018 haar boek De eerste 1000 dagen van een kind. Vele jeugdhulpverleners reageren positief. Ook De Jonge reageert enthousiast en start het VWS-programma een kansrijke start.

Vroeg begonnen veel gewonnen

Bovenstaande vormt voor ondergetekende en zijn collega’s bij de JeugdZaak, Annemiek van Woudenberg en Bert Prinsen, aanleiding om een congres te organiseren op 17 mei onder de titel ‘Vroeg begonnen, veel gewonnen!’. Wij willen professionals, beleidsmakers, wetenschappers en cliëntenvertegenwoordigers bijeen brengen en de volgende vragen op het congres beantwoorden:

  1. Wat gaat goed en wat kan beter in de hulpverlening aan de allerkleinsten en hun ouders?
    De afgelopen twaalf jaar stonden zoals gezegd vooral in het teken van herstructurering, reorganisatie en bezuinigingen. Zijn er onder de radar toch boeiende inhoudelijke innovaties tot stand gekomen? Mascha Kamphuis is oud voorzitter AJN Jeugdartsen Nederland en plenaire spreker over dit onderwerp. Daarnaast blikt prof. Jo Hermanns terug en vooruit over dit thema in een flitspresentatie.
  2. Wat wil VWS met haar actieprogramma ‘Een kansrijke start’?
    Voldoet het? Hoe verlopen de projecten tot nu toe? En hoe kun je dit programma van de grond krijgen?
  3. Welke innovaties op het gebied van de eerste 1.000 dagen zijn er anno 2019 in Nederland en Vlaanderen?
    Aan de orde komen de innovaties SPARK, preventie van huisartsen en CJGs, ouderschapsvorming en vrijwilligers, Huis van het Kind in Vlaanderen en het NJI-programma ‘Daadkrachtige steun van ouders’.
  4. Welke innovaties zijn er op het gebied van hulp aan kwetsbare echtparen en -zwangere vrouwen?
    Hanneke de Graaf (Erasmus MC) gaat deze vraag beantwoorden aan de hand van de innovatie ‘Moeders van Rotterdam’.
  5. Hoe verhoog je de vaccinatiegraad in Nederland?
    Sommige ouders laten hun kinderen niet meer vaccineren. Wat leert ons dit over preventie en de rol van ouders? Eveline Vlaanderen (lid vaste commissie Vaccinaties van de Gezondheidsraad) vertelt hoe je hier als professional of gemeente mee om kan gaan.
  6. Hoe verwijst een jeugdprofessional goed door naar een andere jeugdprofessional?
    Het gaat hier om jonge kinderen in- of met problemen. In een workshop wisselen congresdeelnemers ervaringen uit.
  7. Hoe kunnen gemeentes inhoudelijke innovatie stimuleren?
    Marcelle Hendrickx is wethouder in Tilburg en plenaire spreker over dit onderwerp.
  8. Welke betaalmethode stimuleert inhoudelijke innovatie?
    In de jeugdhulp en opvoedondersteuning bepalen prijs maal hoeveelheid de inkomsten. De jeugdgezondheidszorg kent het budgetmodel. Geen van beide kennen aparte bekostiging voor kwaliteitsverbetering en kwaliteitsprojecten. Ondergetekende vertelt hierover.
  9. Wat is de meerwaarde van recente publicaties op dit gebied? Welke doorbraken bieden deze nieuwe wetenschappelijke studies en boeken?
  10. Wat kunnen professionals, zorgaanbieders, gemeenten, zorgverzekeraars, wetenschappers en VWS doen om innovaties rond de eerste 1.000 dagen te stimuleren en te implementeren?
    Deze vraag staat centraal in de plenaire discussie aan het eind van het congres.
Meer informatie

Graag nodigen wij jou uit jouw ervaringen en kennis te delen en te luisteren naar andere zorgprofessionals, beleidsmakers en wetenschappers op 17 mei in Utrecht. Klik hier voor het programma, de sprekers, en meer informatie en meld je aan.

Eén reactie op “Zorg voor allerkleinsten staat centraal op 17 mei”

  1. paul vd velpen

    prima initiatief. Als jullie dat zouden willen zou ik graag een inhoudelijke bijdrage willen leveren. In mijn boek preventie-ultimatum bepleit ik dat we meer gaan werken met klantroutes (zoals in het bedrijfsleven client journeys), om zo de zorg/het stelsel beter af te stemmen op klanten. Het 1000 dagen programma leent zich daar prima voor. Niet alle ouders/kinderen zijn het zelfde, dus zaak klantgroepen te onderscheiden. En….voor wie is welke route (langs jgz-contactmomenten, reguliere gezondheid, jeugdzorg etc) geschikt, ondersteund met ehealth?

    Beantwoorden

Geef een reactie

XHTML: U kunt de volgende tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>