Guus Schrijvers

Welcome to Guus Schrijvers

Preventie experts geven op 28 mei advies aan eerste lijn

Door Guus Schrijvers, gezondheidseconoom.

Finland, IJsland, Israël en Australië: dit zijn de landen met preventie-experts die komen spreken op het congres Preventie en de eerstelijn, dat op 28 mei zowel online als fysiek plaatsvindt. Deze deskundigen  presenteren hun goede voorbeelden via pitchpresentaties van tien minuten.  Daarnaast zijn er vele sprekers uit het eigen land die eveneens recente vernieuwingen in preventie-activiteiten presenteren. Aan het eind van het congres  neemt SER voorzitter Mariëtte Hamer de suggesties van (inter)nationale sprekers en congresdeelnemers in ontvangst, geeft daarop feedback en neemt ze mee als input voor een nieuw preventie-akkoord voor de periode 2021 – 2025. Hieronder volgt een opsomming van de inbreng van de buitenlandse sprekers. Voor een beschrijving van de inhoud van alle voordrachten en plenaire sessies verwijzen wij naar het programma.

Finland: Pekka PusKa

In elk dorp en wijk in Finland staat een gezondheidscentrum.  Van bovenaf gezien heeft dat de vorm van een staand kruis. In de lange as bevinden zich een wijkziekenboeg met zo’n tien bedden die onder de verantwoordelijkheid staat van huisartsen. Verder biedt deze as ruimte aan de spreekkamers van huisartsen, verpleegkundigen en andere professionals.  In de korte as bevinden zich aan de ene kant de jeugdgezondheidszorg en aan de andere kant de GGD met haar preventie-activiteiten. Dit standaardmodel  is uitgedacht op nationaal niveau  door voorlopers van het sinds 2009  bestaande National Institute  for Health and Welfare (THL)  te Helsinki.  Dat koppelt sinds jaar en dag dit netwerk van kleinschalige kruisgebouwen aan nationaal preventiebeleid en adviseert daarover aan regering en parlement. Finland  coördineert thans op nationaal niveau preventiebeleid gericht op  vaccinaties, screening, leefstijlinterventies, frisdrankbelasting  en het gezond inrichten van  de publieke ruimte.  Aan de wieg van dit beleid stond  de  bestuurskundige én arts Pekka Puska, die op 28 mei spreekt  op het congres  Preventie en de eerstelijn. Hij was vele jaren bestuursvoorzitter van het genoemde  THL.  Hij was  daarvoor projectleider van een experiment (1972- 1997) in de provincie North Karelia,  dat vooraf ging aan het nationale preventiebeleid. Puska eindigde zijn carrière in 2019 als lid van het Finse parlement. Op 28 mei schetst hij het Finse preventiebeleid en denkt hij met ons na over de post-corona periode. In de   bijgaande  video van één minuut licht hij de relatie toe van preventie voor, tijdens en na de corona-pandemie toe.

IJsland: Jón Sigfússon 

Het percentage jongeren van tien tot twintig jaar  dat rookt, alcohol drinkt en drugs gebruikt ligt in IJsland aanmerkelijk lager dan in Nederland. De IJslandse regering heeft dit bereikt dankzij het project Youth in Iceland. Het  Icelandic Centre of Social Research and Analysis (ICSRA) voert dit project sinds 1999 uit. . Het project biedt gezondheidseducatie aan in kleine gemeenschappen en in samenwerking met de ouders, de school, de sportclubs en de gemeentelijke instanties  die over jongeren gaan. Veel aandacht besteedt het ICSRA aan evaluatie en onderlinge vergelijking van locaties waar het bezig is. Hierdoor was in al die twintig jaar continue kwaliteitsverbetering te realiseren. Thans is het ICSRA werkzaam op vijf continenten:  Australië, Afrika, Latijns-Amerika, Noord-Amerika en Europa. Dit doet zij onder de vlag Planet Youth. In Nederland hanteert het Trimbos Instituut  het IJslandse model in zes gemeenten.         

Jón Sigfússon is bestuursvoorzitter van Planet Youth en directeur van het ICSRA. Hij spreekt het congres toe op 28 mei. Sigfússon presenteert de belangrijkste resultaten van Youth in Iceland. Ook gaat hij in op de  zes Nederlandse gemeenten  waarmee het ICSRA samenwerkt.   In de bijgaande video van één minuut licht Sigfússon zijn college toe. 

Israel: Ayelet Schor

In Israël liep over de periode 2015 – 2018 een nationaal project naar preventieve interventies in de eerste lijn. Het project financierde  ten eerste scholing aan patiënten met risico op chronische aandoeningen vanwege roken, alcoholgebruik, ongezonde voeding, te weinig bewegen en te veel stress. Die scholing kon zowel plaatsvinden op individuele basis als in groepen.  Ook   verzorgde het project gratis trainingen  van professionals in de eerste lijn in het uiten van preventieve boodschappen en het hanteren van motiverende gespreksvoering. Het project  bood deze scholing en training aan in drie verschillende settings: solo-huisartsen, groepspraktijken van huisartsen en multidisciplinaire eerstelijnsteams, waaraan ook huisartsen deelnemen. Deze laatste groep  bleek significant meer professionals te interesseren voor preventie en meer patiënten te mobiliseren voor  gezondheidseducatie. Verpleegkundige en onderzoeker Ayelet Schor leidde het project en promoveerde erop in 2018.  Zij is spreker op 28 mei. Schor bespreekt haar project en haar werk sedert 2018.  

Australië: Nick Goodwin  

In Australië lopen tal van innovatieve projecten op het terrein van preventie  zoals leefstijlklinieken in de eerstelijn en gezonde school-projecten. Dit continent is dun bevolkt. Daarom  is in Australië e-Health  een belangrijk hulpmiddel om preventieve boodschappen te verspreiden naar ver gelegen dorpen en gehuchten. Dat gebeurt thans vaak op een interactieve manier.

Prof. Dr. Nick Goodwin biedt in zijn voordracht op 28 mei een overzicht van innovatieve preventie-projecten in Australië. Hij is sinds 2019 hoogleraar health systems aan de universiteit van Newcastle in New South Wales. Goodwin kent de Nederlandse   gezondheidszorg uitstekend. Tot aan zijn benoeming als hoogleraar was hij directeur van de International Foundation of Integrated Care (IFIC). In die rol bezocht hij regelmatig  als adviseur en spreker ons land. Nick Goodwin introduceerde  enkele collega-hoogleraren bij de congrescommissie . Zij gaan specifieke innovaties toelichten in pitch-presentaties. Die zijn na  28 mei beschikbaar voor de congresdeelnemers.  

Kortom

  • De congrescommissie heeft voor deze vier landen gekozen omdat zij interessante bronnen van inspiratie voor preventiebeleid vormen.
  • De voordrachten vinden plaats via vooraf opgenomen video. Voertaal is Engels.
  • Congres-commissieleden beantwoorden vragen van congresdeelnemers. Zij hebben vooraf enkele belangrijke publicaties van de sprekers bestudeerd.
  • Indien een vraag te moeilijk is om te beantwoorden door een commissielid, stuurt deze de vraag door naar de spreker.  Die beantwoordt de vragensteller dan per mail.

Op 28 mei vindt het Congres Preventie en de eerstelijn plaats. klik hier voor de congrespagina, het programma, meer informatie en inschrijven.


Zorg in Nederland is doelmatig, zo leert internationale studie

In een artikel in de British Medical Journal van 27 november worden gezondheid en zorg in tien ongeveer even rijke landen vergeleken op 79 kenmerken. De Nederlandse gezondheidszorg blijkt doelmatiger te zijn dan in vergelijkbare landen. Op tal van kwaliteits- en kostenindicatoren wijkt de Nederlandse zorg niet af.

Nederland telt vele huisartsen per 1000 inwoners 

De onderzoekers vergelijken Engelse gezondheidszorg, de NHS, met die van negen ongeveer even rijke landen. Dat zijn Australië, Canada, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Nederland, Verenigde Staten, Zweden en Zwitserland. Samen met Australië heeft ons land relatief gezien de meeste huisartsen: Nederland beschikte in 2017 over 1,6 voltijds huisartsen per 1000 inwoners. Voor de tien landen ligt het gemiddelde op 1,1 huisartsen per 1000 inwoners. De VS lopen achteraan met 0,3 huisarts per 1000 inwoners.

Deze blog gaat uit van het Nederlandse perspectief. Ik merk nu al op dat Nederland op de meeste van de 79 kenmerken op ongeveer het gemiddelde zit van de onderzoeksgroep. Om de blog kort te houden bespreek ik alleen de kenmerken waarop Nederland anders scoort. Daarom ontbreken in deze blog gegevens over zorgkosten per inwoner en kwaliteitsindicatoren. Die staan uitgebreid beschreven in de studie. Maar Nederland neemt hierbij geen afwijkende positie in. Voor definities, dataverzameling, meetmethoden en beperkingen verwijs ik naar het oorspronkelijke artikel. Alle cijfers hieronder betreffen het kalenderjaar 2017.

Nederlandse huisartsen werken snel

Van de huisartsen in de onderzoeksgroep van de tien landen besteedt 38 procent maximaal 15 minuten aan een routineconsult. Nederland scoort het hoogste: 85 procent. Van de burgers in de onderzoeksgroep kon 67 procent een huisarts of een verpleegkundige binnen 24 uur raadplegen. Nederland scoort daar 76 procent. Frankrijk en Duitsland scoorden het hoogste met 83 procent respectievelijk 81 procent. Negen procent van de burgers in de onderzoeksgroep bezocht een spoedeisende hulpafdeling voor een klacht die ook door een arts, zonder spoed, gezien had kunnen worden. Voor Nederland en Australië bedraagt dit percentage 6 procent. Duitsland scoort minimaal met 5 procent. Zweden (12 procent), de VS (16 procent) en Canada (17 procent) zijn topscorers.

Nederland telt weinig specialisten maar die zijn goed bereikbaar

Het aantal specialisten per duizend inwoners bedraagt voor Nederland twee en voor de onderzoeksgroep 2,2. Dat laatste getal ligt tussen de uitersten 1,7 voor Canada en 3,3 voor Duitsland. Van de inwoners van de onderzoekgroep wacht 13 procent meer dan twee maanden na het maken van een afspraak voor het eerste consult met een specialist. Dit gemiddelde percentage varieert van Duitsland (3 procent) en Frankrijk (4 procent) tot 19 procent in Verenigd Koninkrijk en Zweden alsmede 30 procent in Canada. Voor Nederland is dat 7 procent.

Weinig ziekenhuispatiënten in Nederland

Het aantal in 2017 ontslagen ziekenhuispatiënten per 100.000 Nederlanders komt uit op 9.247. Dit is het laagste van de onderzoeksgroep (gemiddelde 14.919). Topscorers zijn Frankrijk (18.609) en Duitsland (25.478). Ook de gemiddelde ligduur is in Nederland het laagste: 4,5 dag. Deze bedraagt voor de onderzoeksgroep 6,7 dagen, met als uitersten weer Frankrijk en Duitsland met 8,8 en 8,9 dagen. Voor vermijdbare ziekenhuisopnamen vanwege ontregelde diabetes scoort Nederland het laagste, met 70 per 100.000 inwoners, en Duitsland (218) het hoogste. Bij vermijdbare opnamen van COPD-patiënten vanwege exacerbaties scoort Nederland 166, de onderzoeksgroep als totaal 204, Zwitserland als laagste 111 en Australië het hoogste met 307 opnamen per 100.000 inwoners van 16 jaar of ouder.

Dit bericht verscheen in december 2019 als blog in het Tijdschrift Zorgvisie