De ambulantisering was op de goede weg, maar

Artikel geschreven door Remmers van Veldhuizen, psychiater en bedenker van de FACT-teams in Nederland.   

Sinds zijn pensionering is Van Veldhuizen (73 jaar) actief gebleven met de implementatie en evaluatie van Fact teams. Hij schreef op verzoek van de redactie van deze Nieuwsbrief bijgaande voorbeschouwing op het congres Ambulantisering van de ggz: wat gaat goed en wat kan beter?  Dat vindt plaats op 26 maart 2020 in het FC Utrecht stadion Galgenwaard. 

Wel afbouw maar geen extra ambulante hulp 

In de congrestoelichting staat: “In 2012 sloten VWS en GGz Nederland een akkoord op hoofdlijnen. Daarin staat dat in 2020 het aantal bedden in psychiatrische ziekenhuizen 30% lager moet zijn dan in 2008. Beide partijen maakten geen afspraak over de extra hulp die nodig is buiten het ziekenhuis ten gevolge van die teruggang. Dit afbouwbeleid van intramurale zorg raakte bekend onder de term ambulantisering.” Dat is helaas gelukt… Wel afbouw kliniek en geen extra hulp buiten het ziekenhuis.

En ook meer verdriet

Wel verdrietig. Rond 2012 waren we met 400 FACT- en vergelijkbare teams op de goede weg. Die teams hadden de manpower en werkwijze voor stevige ambulante zorg aan mensen met Ernstig Psychiatrische Aandoeningen (EPA). Ze boden intensieve ambulante support, behandeling conform richtlijnen en ondersteuning van herstel. Dat lukte op veel plaatsen. Er waren wel te weinig teams. Naar schatting waren er 7-800 van die teams nodig. Tweemaal zoveel dus. Daarnaast werden de eerste Intensive Home Treatment (IHT) teams gestart voor kortdurende opname-vervangende zorg en behandeling. 

We lagen op koers

De teams waren nog in ontwikkeling wat betreft wijk-gebonden samenwerking met andere partijen (resource groepen, buren, wijkzorg, politie, mantelzorg, werk etc.) en bemoeizorg. 

We lagen op koers! Er was een drive naar meer teams, steviger teams, meer samenwerking in wijk en transmuraal. Maar, moeten we nu erkennen, er lag geen masterplan.

En toen kwam de crisis…

  • De groei van het aantal teams stagneerde. Er is in deze jaren teveel bezuinigd. Klinische afbouw leidde niet tot ambulante opbouw. De gespecialiseerde GGZ moest kleiner worden. Er bleven miljoenen op de plank liggen.
  • De bemensing van teams werd in veel instellingen afgeroomd van de vereiste 11,5 per 200 cliënten naar 9 of 10 FTE per 200. Daardoor trokken teams zich terug op de vanouds bekende ‘kerntaken’ : medicatie, behandeling, BOPZ etc.
  • Daardoor bleef samenwerking met maatschappelijke partners achter; ook doordat voor Openbare GGZ activiteiten vaak onvoldoende WMO financiering was en omdat de gemeentelijke teams zelf nog in opbouw en zoekende waren. 
  • In discussies over “verwarde personen” en incidenten in de forensisch psychiatrie werd (voor een bredere groep dan EPA patiënten) de ambulantisering als oorzaak aangegeven. De politie trok zich terug. Nu rijden er psycholances, maar ontbreekt mankracht voor begeleiding en steun thuis in de wijk. 
  • De bij ambulantisering noodzakelijke hulpbronnen kwamen onder regie van de gemeenten en droogden op (Wet Sociale Werkvoorziening, dagvoorzieningen, beschermd wonen, schuldhulpverlening, rechtshulp).
  • De GGZ-voortrekkers innoveerden vooral in eigen regio, waardoor er landelijk minder eenduidigheid was. We hebben nagelaten de publieke opinie en de politiek (en politie) te overtuigen van nut en wenselijkheid van ambulantisering. Zo blijven bij ieder incident “opname en kliniek” als reflex en panacee opduiken.
  • De maatschappelijke eisen rond “veiligheid” groeien terwijl de samenleving verhardt en uitstoting en dakloosheid toenemen. Inclusie lijkt vaak een illusie.
  • Inmiddels kreeg de afbouw van bedden een eigen momentum; zonder veel planning of beleid en zonder dat door substitutie nieuw geld voor ambulante zorg vrijkwam. 

De drive kwam tot stilstand

Zo kwam de afgelopen jaren landelijk de ‘drive’ tot stilstand. De participatie-maatschappij leidde tot verparticipieteren. In de krant is de ambulantisering mislukt. Maar anderzijds zie je veel actieve en geïnvolveerde teams, staat herstel goed op de agenda en groeien resource groepen. IHT  teams doen meer hun intrede en in sommige regio’s begint men zelfs FACT teams weer steviger te (her)bemensen. En her en er beginnen GGZ/WMO-activiteiten wel te lopen. Internationaal lopen we zelfs voorop. In een bijlage bij deze beschouwing geef ik aan waar en voor welke doelgroepen deze goede teams werken.

Ondanks verharding gebeurt er veel goeds

Zo zie ik stagnatie van landelijke implementatie in een steeds moeilijker maatschappij, terwijl er wel veel goeds gebeurt. Maar terwijl op andere gebieden de crisis lang vergeten is, lijkt die in ons werkveld nog steeds door te werken en wankelen we zonder op adem te zijn gekomen de volgende crisis tegemoet.

Mijn oplossing  

Meer teams, volledig bemenste teams, meer maatschappelijke samenwerking en bemoeizorg met integraal gefinancierde integrale zorg. We weten hoe het moet. Wat we nodig hebben is geld en een masterplan van Paul Blokhuis, samen met gemeenten!  In de genoemde bijlage geef ik enkele punten aan die beslist in dat masterplan een plaats moeten krijgen.

Waarover het congres moet gaan 

Ik ga geen masterplan schetsen. Als Blokhuis dat doet, hoop ik dat hij het integraal doet: begeleiding en behandeling en herstel hebben geen kans zonder actieve sociale support. Gemeenten, GGZ en andere zorgvormen moeten gescheiden financieringsstromen bundelen. In mijn bijlage Bouwstenen voor Masterplan geef ik argumenten voor ambulantisering. Beddenreductie is daarbij een uitkomst/bijproduct  maar is geen maat voor goede ambulante zorg.

Agenda congressen

Op donderdag 26 maart 2020 organiseert de Guus Schrijvers Academie het congres Ambulantisering van de ggz: wat gaat goed en wat kan beter?   Klik hier voor meer info en inschrijving.

Geef een reactie

XHTML: U kunt de volgende tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>