Hoe is een goed innovatief project te verduurzamen?

Buurtgeluk in Deventer groeide uit van een project tot een duurzaam samenwerkingsverband. Hoe lukt dat? Oud-wethouder in Deventer, Margriet de Jager, legt uit hoe dat ging.  

Sinds tien jaar bestaat in de middelgrote stad Deventer (100.000 inwoners) het initiatief Buurtgeluk . Het project gaat over samen leren, talenten ontdekken, en dit met inzet van onderwijs (MBO en HBO). Daarnaast hebben licht dementerenden een mogelijkheid tot dagbesteding, verzorgd door vrijwilligers in samenwerking met de zorgorganisaties. Eenzaamheid bestrijden en zorg dichtbij verlenen aan wijkbewoners is een speerpunt met als centraal middelpunt de inloopvoorzieningen in de wijk: een voetbalvereniging en buurtverbindingscentra. De buurtconciërge in dienst van een thuiszorgorganisatie spoort kwetsbare inwoners op en zorgt voor een maaltijdvoorziening. Zo werken er in het team van Wijk voor Elkaar 29 vrijwilligers met verschillende achtergronden aan het buurtgeluk van 380 wijkbewoners (de wijk Colmschate telt 30.000 inwoners) en het bereik is groeiende. 

Sinds vier jaar is Buurtgeluk geen project meer maar een duurzaam samenwerkingsverband. Iedere partner, waaronder de gemeente financiert mee zonder een beschikking af te geven of ingewikkelde administratieve rompslomp. 

Waarom is dit in Deventer een succes geworden?

1. Geluksgericht werken

Ik ben voorstander van geluksgericht werken, dat wil zeggen dat het accent niet ligt op dat waarop mensen recht hebben, maar wat hen gelukkig maakt. Iedereen wil geld in de knip, een buurt die schoon, heel en veilig is, een gemeente die helpt als het niet lukt. Maar verder is geluk erg persoonlijk. De een heeft veel aan een scootmobiel, de ander meer aan een lidmaatschap van een vereniging. Op deze manier werken Grace Brok en Dimitri de Klerk via hun Wijk voor Elkaar aan “Buurtgeluk” en beginnen de dag iedere keer weer met de vraag: Waar hebt u baat bij?

2. Sociale ondernemers

Buurtgeluk ontleent zijn kracht aan de inzet van twee gedreven sociale ondernemers: Grace Brok en Dimitri de Klerk, samen bouwen zij in de buurt met bewoners én met belangrijke partners vanuit de zorg, onderwijs, gemeente aan de gelukkige bewoner in de gezonde wijk.  Deze twee zijn in staat tegen de stroom in te zwemmen, zoals een zalm, die de rivier opzwemt om te paaien en eitjes te leggen. Hun persoonlijke competenties? Wel nu, ze zijn beide gericht op mensen met meervoudige problemen. Zij werken met persoonlijke begeleiders.  Ze pakken meerdere levensgebieden aan, zijn van een lange adem en gaan uit van empathie.  Brok en De Klerk werken met kleine stapjes en hebben een ruim mandaat om te kunnen functioneren.

3.  Strategische coalitie

Gedreven ondernemers die het project trekken, dat is niet genoeg. Je bent afhankelijk van een strategische coalitie met belangrijke stakeholders: wethouders, hoge ambtenaren. Anders kun je het schudden. In Deventer zijn langdurige projecten die het daarom volhouden. Dat komt doordat een beleidsambtenaar en een creatieve man van het welzijnswerk al negentien jaar een coalitie vormen. Zij zorgen ervoor dat de geldstromen aan elkaar worden geknoopt. 

4. Wat succes heeft, niet veranderen

Nederland is institutioneel verkokerd per probleem. Inbedding betekent daardoor altijd weer dat werkprocessen rond een individu worden opgeknipt naar meerdere hulpverleners. Dan krijg je elke keer enorme toestanden om de samenwerking te definiëren, moeten er casemanagers bovenop. Vrijwel nooit komt de optie aan de orde om succesvolle projecten gewoon te laten bestaan. 

5. Middelgrote steden hebben een voordeel 

 De verduurzaming lukt het best in middelgrote steden, zo blijkt ook uit onderzoek bij Alles is Gezondheid. Daar zijn vaak stakeholders waar je langduriger op kunt bouwen en wethouders die hun nek uitsteken.

6. Geen kort lopend project met incidenteel geld

De projectencarrousel zal blijven draaien. Er is gewoon heel veel “incidenteel geld”. Het is niet altijd slecht, ook al heeft het als begrip een heel negatieve klank gekregen. Dat komt omdat mensen die voor hun project geen geld meer krijgen, dat altijd luidkeels van de daken schreeuwen. Van heel veel projecten is het ook niet erg dat ze verdwijnen. Tegelijk gooien we te vaak het kind met het badwater weg, waardoor ook goede innovatieve projecten verdwijnen. De Pavlov-reactie is nu: “De instituties moeten ervan leren en het moet ingebed worden”. Dan gaat het weer fout. Het is een constant repeterend patroon: projecten stoppen, inbedden en uitrollen. Veel bestuurders denken er niet eens meer over na. Maar bovenstaande vijf factoren moeten wel aanwezig blijven.

Auteur van dit artikel is Margriet de Jager. Zij was wethouder in Deventer. Zij zet zich nu in voor Alles in Gezondheid. Zij is lid van de Raad van Advies van de Guus Schrijvers Academie.   Zij dankt Guus Schrijvers voor zijn feedback op een eerdere versie van dit stuk.   

Geef een reactie

XHTML: U kunt de volgende tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>