Hoe meet je gezondheid?

De definitie en vragenlijst van Huber vormen een goede leidraad om gezondheid te meten bij mensen met chronische aandoeningen en beperkingen.

De definitie en vragenlijst die Huber en collega’s in 2011 in de British Medical Journal publiceerden, vormen een goede leidraad om gezondheid te meten bij mensen met chronische aandoeningen en beperkingen. Ze gaan beiden uit van wat mensen nog kunnen en niet van wat er aan ontbreekt.

Zes aspecten

Gezondheid is het vermogen van mensen om om te gaan met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen en zoveel mogelijk eigen regie te voeren. Deze nieuwe definitie van gezondheid publiceerden Huber en collega’s in 2011 in de British Medical Journal (1). Later ontwikkelde Huber een vragenlijst (2) op basis van deze begripsomschrijving. Zij onderscheidt in de lijst zes aspecten, vermeld in onderstaand spinnenweb: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, sociaal-maatschappelijk participeren en dagelijks functioneren.

De definitie en vragenlijst van Huber vormen een goede leidraad om gezondheid te meten bij mensen met chronische aandoeningen en beperkingen.Gezondheidsverschillen

Zowel de definitie als de vragenlijst zijn uitermate geschikt om gezondheid te meten bij mensen met chronische aandoeningen en beperkingen. Want zij richten zich op wat deze mensen wel kunnen en niet op wat zij missen. De GGD’en kunnen aan de hand hiervan gezondheidsmonitoren opstellen. Dan wordt vergelijking mogelijk tussen subgroepen in de bevolking. Dan worden sociaal-economische gezondheidsverschillen zichtbaar.

Brede inventarisatie

Ik zou willen dat sociaal werkers in keukentafelgesprekken de Huber-lijst altijd zouden gebruiken. Dan vindt een brede inventarisatie plaats van wat cliënten nog wel kunnen. Patiëntenorganisaties kunnen met de lijst de gezondheid van hun leden in kaart brengen en daardoor specifieker belangen behartigen.

Ongeschikt

Definitie en vragenlijst zijn niet bruikbaar in een medische setting. Zo onderzoeken ambulanceverpleegkundigen bij een slachtoffer vooral de aanwezigheid van letsel. Blijkt een burger letselvrij, dan is deze binnen hun context gezond. Hetzelfde geldt voor een radioloog die een röntgenfoto beoordeelt: die let vooral op vlekjes bij de longen. Ontbreken die, dan is voor hem binnen die context een patiënt gezond. Dat zij een nauw omschreven begrip van gezondheid hanteren, daar is niets mis mee. Niet alles is altijd gezondheid.

Weerstand

Bij sociale wijkteams en gemeenten die deze aansturen, is enige weerstand te verwachten tegen het begrip positieve gezondheid. Hun kerntaak vinden zij het verhogen van de participatie van burgers en niet het bevorderen van gezondheid. Dat is iets voor het medische domein, zeg maar voor de eerste lijn. Ook voor hen is het begrip gezondheid van Huber te breed. Ook al zijn de elementen handelingsvermogen en eigen regie hen uit het hart gegrepen.

Andere visie

Zelf heb ik er taalkundig en academisch moeite mee om kwaliteit van leven te zien als onderdeel van gezondheid, zoals het schema aangeeft. Volgens mij is het andersom. Kwaliteit van leven wordt bepaald door zeven domeinen waarvan gezondheid er één is. De andere zes zijn: geborgenheid en veiligheid, respect van anderen, autonomie, harmonie met de natuur, vriendschappen en vrije tijd. Ik volg hierbij het werk van de Engelse filosofen, vader en zoon Skidelsky (3).

Conclusie

Het begrip positieve gezondheid en de erbij horende vragenlijst zijn bruikbaar voor GGD, patiëntenorganisaties en sociale wijkteams. Voor curatief werkzaam professionals zijn ze te breed. Wetenschappelijk gezien is het beter om gezondheid te zien als onderdeel van kwaliteit van leven.

Congres

Op het congres 29 september over samenwerking tussen medisch- en sociaal domein, zeg maar tussen eerste lijn en sociale wijkteams, komt het begrip positieve gezondheid vaak aan de orde, in plenaire lezingen en in workshops. Voldoet het wel of niet als overkoepelend begrip voor beide sectoren? Wil je antwoorden op deze vraag? Wil je jezelf scherpen aan inzichten van collega’s? Klik dan hier, lees de brochure en meld je aan.

1. Huber M, A Knottnerus,L. Green et al, How should we define health?, BMJ 2011; 343 doi: 
https://doi.org/10.1136/bmj.d416
2. https://ipositivehealth.com/tools/scoringsinstrument/
3. Skidelsky R. & E. Skidelsky, Hoeveel is genoeg? Geld en het verlangen naar een goed leven, Antwerpen:
De Bezige Bij, 2013. Oorspronkelijke Engelse titel: How much is enough? Allen Lane publishers, 2012.

Eén reactie op “Hoe meet je gezondheid?”

  1. Marco Ephraim, huisarts en kaderarts beleid en beheer i.o.

    Persoonlijk ervaar ik het positieve gezondheids model als uitermate geschikt om als huisarts integraal te werken.
    Mn voor bepaalde dorlgroepen zoals SOLK en HOTSPOTTERS. Het project Hotspotters in Zoetermeer (pilot in 4 praktijken) richt zich op patienten met veel zorg en kosten in de 2e lijn. Er zijn aanwijzingen dat dat voor ca 25% van hen niet (in die mate) nodig is (bron: JVEI). En dat die 25% meer gebaat is bij meer aandacht in de 1e lijn en het sociale domein. Dmv een ‘positieve gezondheids consult’ kan de huisarts (of hidha of aios) deze patienten op een andere laag aanspreken, met als doel hun zingeving, veerkracht en eigen regie te versterken.
    Wij ervaren Positieve Gezondheid intussen als een baanbrekende aanvulling op het huisartsenvak!

    Beantwoorden

Geef een reactie

XHTML: U kunt de volgende tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>