Inzet burgerhulpverleners met een AED bij hartstilstand: dat werkt prima

Door Ruud Koster, cardioloog.

Cardioloog Ruud Koster leidt al jaren een onderzoeksgroep met de naam Amsterdam Resuscitation Studies (ARREST). Deze is nauw verbonden met het Amsterdam UMC. Onlangs publiceerde de groep goede resultaten van het inzetten van AED’s bij personen met een hartstilstand thuis. Koster vat hieronder het wetenschappelijk artikel samen. Daarna geeft hij aan hoe de goede resultaten ter verspreiden zijn naar andere gemeenten en regio’s. 

Inleiding

“Als elke seconde telt” is zonder meer van toepassing als iemand wordt getroffen door een hartstilstand. Door toenemende hersenbeschadiging is er ten hoogste tien minuten tijd om een stroomstoot ofwel defibrillatie, toe te dienen. Een ambulance doet daar gemiddeld elf minuten over. Voor een goed herstel is dat veel te lang en de overlevingskans van een hartstilstand was daarom slechts negen procent. De automatische externe defibrillator (AED) die mag worden toegepast door leken, heeft de uitkomst enorm verbeterd. Vanaf 2003 zijn veel AEDs in de publieke ruimte geplaats met vaak verbluffend succes. Als ze door ter plaatse aanwezige mensen worden gebruikt en een defibrillatieschok toedienen, zagen wij een overleving van 60 procent. Echter, driekwart van de mensen met een hartstilstand is thuis en AEDs in de publieke ruimte bieden dan zelden hulp.

Burger hulpverleners: ze zijn minder ervaren, maar minuten eerder ter plaatse.

Hoe dichterbij, hoe sneller hulp. Daarom is al in 2005 in Nederland het eerste systeem van burgerhulpverlening ter wereld gestart: AEDLocator. Dit is sms-alarmering door de ambulance-meldkamer naar buurtbewoners. De sms stuurt hen naar een nabije AED stuurt en daarna naar het slachtoffer. Zo kan de defibrillatie eerder plaatsvinden met naar verwachting een betere overleving. Buurtbewoners hebben zich vooraf aangemeld voor deze dienstverlening.

Burger hulpverleners zijn bewezen eerder aanwezig.

De onderzoeksgroep Amsterdam Resuscitation Studies (ARREST) heeft vanaf 2009 onderzoek gedaan in Noord-Holland Noord en Twente naar de meerwaarde is van burger hulpverleners met een AED. Hierbij bleek dat ambulances na gemiddeld 10 ½ minuut een defibrillatieschok konden geven, terwijl burger hulpverleners dat gemiddeld al na 8 minuten na de 112-melding konden, een winst van 2 ½ minuut. In 10% van de gevallen gaf de burger hulpverlener de schok binnen 6 minuten, de ambulance lukte dat maar in 2,5% van de gevallen.

Nieuw onderzoek toonde winst in overleving

Betekent eerder defibrilleren door burger hulpverleners ook meer overleving? Dat is recent door ARREST onderzocht en eind 2021 gepubliceerd in het European Heart Journal. Deze studie was speciaal gericht op mensen thuis, omdat daar de AED nauwelijks werd toegepast. Wij vergeleken de overleving in twee jaar vóór introductie van de alarmering van nabije burger hulpverleners met de twee jaar na introductie. Na introductie in Noord-Holland Noord steeg de overleving voor mensen thuis die van de AED daadwerkelijk een schok kregen, van 26% naar 39%, een forse verbetering. Ook als met alle complicerende variabelen rekening werd gehouden, bleek de totale overleving 1,5 zo groot na introductie van de burger hulpverlening met AED.

Wat is nodig om een burgerhulpverlening systeem op te zetten?

Als je snel wil reageren op een hartstilstand heb je een grote dichtheid van AEDs nodig: altijd moet er een AED vlakbij zijn, naar schatting 2 AED’s per km2, zo bleek uit ons eerdere onderzoek. Die AEDs moeten worden gekocht en geplaatst. Dat moet niet geheel zonder sturing, anders staan er drie AEDs op een kluitje in drie naast elkaar gelegen supermarkten. En dat is niet zinvol. En als de supermarkten sluiten is er plotseling niet één meer beschikbaar. Ze moeten dus buiten hangen in een (verwarmde) kast. Nog belangrijker is dat de AEDs echt in de woonbuurten zijn met onderling maximaal 200-400 meter afstand. Een buurtinitiatief kan dat heel goed realiseren, zoals door de Hartstichting wordt gepropageerd in de “6-minuten zones”. Veel betrokken wijkbewoners hebben een voortrekkersrol gespeeld, stichtingen opgericht en geld bijeengesprokkeld. Maar als de buurt er niet voor voelt of het op een andere reden niet tot stand komt, is een wijk-of gemeente geleid initiatief nodig.

Ook potentiële hulpverleners moeten voldoende dichtbij wonen en werken, naar schatting 10-20/km2. De hulpverleners moeten zich laten trainen in simpele, korte en goedkope cursussen die breed worden aangeboden. Ze moeten daartoe wel worden aangezet. Enthousiaste voortrekkers namen ook hier het initiatief met enorme inzet.

Alle ambulance-meldkamers hebben zich aangesloten bij het landelijke systeem van Hartslag Nu , de opvolger van AEDLocator. Dat is landelijk goed geregeld en nu volledig dekkend. Maar het is nog niet landelijk uniform wanneer en op welke locaties burger hulpverleners worden ingezet. Er zijn richtlijnen uitgevaardigd voor die inzet, maar die worden niet overal en altijd nagevolgd. Actieve kwaliteitsbewaking is daarvoor belangrijk, maar niet goed ingevoerd.

Wat is nodig om een burger hulpverlening systeem in stand te houden?

Op alle niveau’s (meldkamer, aanschaf, plaatsing en registratie van AEDs, training en aanmelding van burger hulpverleners) bleken champions, bevlogen leidinggevenden en vrijwilligers, regionale en lokale initiatieven te nemen. Zij zijn de motor van de organisatie zoals hierboven beschreven. Dat verloopt vaak zeer succesvol maar garandeert geen continuïteit. Daarvoor zijn structurele voorzieningen nodig. Vervangers met dezelfde bevlogenheid zijn niet zomaar gevonden, als de eerste “champion” de werkzaamheden staakt.

Financiering en onderhoud

Ook financiering is niet altijd gegarandeerd. Zo is vanuit gemeenten soms een opstartsubsidie verstrekt aan lokale initiatiefnemers, maar is niet voorzien in financiering van het vervolgtraject. Vaak wordt door lokaal initiatief geld bijeengebracht om een AED aan te schaffen. Een AED “leeft” gemiddeld ongeveer 10 jaar maar de “cost of ownership” over die levensduur is het dubbele van de AED aanschaf alleen. De onderhoudstoestand van de AED moet worden bewaakt: na enkele jaren moeten electroden en batterij worden vervangen, ook als er geen reanimatie met het apparaat is uitgevoerd. Servicebedrijven kunnen dit doen, vaak in samenhang met een contract met de leverancier van de AED. De kosten zijn substantieel. Zo’n onderhouds­contract is geen verplichting en is er feitelijk vaak niet. In onze ARREST ervaring is het geen grote zeldzaamheid als de electroden niet op tijd zijn vervangen of helemaal ontbreken, de batterij leeg blijkt of de AED zelfs helemaal niet meer in de kast aanwezig is. Sinds 2018 is voor het gebruik van de AED via de RAV een vergoeding voor electroden en controle na gebruik beschikbaar, maar alleen na echte inzet bij een reanimatie. Andere kosten als vervanging van de batterij, afschrijving en regulier onderhoud vallen daar niet onder. De eerste generatie AEDs moet al worden vervangen maar de financiering is geen vanzelfsprekendheid. Er is constante waakzaamheid geboden dat de AED infrastructuur goed onderhouden blijft. Daarvoor is een organisatie nodig en permanente financiering, die nu feitelijk ontbreekt.

Als je de kwaliteit niet blijft meten, gaat ze achteruit.

De keten van burger hulpverleners is een complexe interactie van professionals, leken en verschillende technologieën. Zicht houden op het goed functioneren van die keten en of het beoogde doel (vroege defibrillatie) gerealiseerd blijft, is belangrijk. Er is nu geen gestructureerd registratiesysteem dat -zoals ARREST dat kon- van alarmering tot ontslag uit het ziekenhuis de keten analyseert en er verslag van doet. Een landelijk registratiesysteem van reanimaties is gewenst maar is nog niet van de grond gekomen. Nederlandse resultaten van reanimatie behoren tot de allerbeste van de wereld en burger hulpverlening en AED gebruik spelen daarbij een centrale rol. Daarmee blijven jaarlijks honderden levens van goede kwaliteit behouden. De kern van het systeem blijft de vrijwillige hulpverlener en lokale AEDs. Maar het succes zal alleen behouden blijven als er omheen een schil van structurele organisatie en financiering ontstaat.

Eén reactie op “Inzet burgerhulpverleners met een AED bij hartstilstand: dat werkt prima”

  1. Martin Smeekes

    Prachtig artikel. Een heel goed idee, dat zorgvuldig in de praktijk is gebracht en waarbij door goed wetenschappelijk onderzoek het bewijs is geleverd in Noord-Holland Noord en Twente dat inzet van de AED door burgerhulpverleners het verschil maakt in de overleving bij hartstilstanden met een schokbaar ritme.

    Beantwoorden

Geef een reactie

XHTML: U kunt de volgende tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>