Nederland staat derde…., achter Noorwegen en Australië

Door Martien Bouwmans.

Het Common Wealth Fund, een privaat Amerikaans fonds, dat verbetering van het Amerikaanse zorgstelsel nastreeft, heeft een onderzoek gedaan naar de verschillende zorgstelsels in verschillende (rijke) landen. Nederland scoort met haar stelsel hoog, hoewel er ook een aantal opmerkelijke kanten van het Nederlandse stelsel vermeld worden.

Nederland scoort vaak hoog in internationale vergelijkingen; het stelsel is toegankelijk, er zijn weinig financiële belemmeringen en barrières, er is een groot verzekerd pakket. De zorgverzekering wordt in hoge mate op een solidaire manier gefinancierd. Vergelijkingen van de OESO, de OECD, de WHO  en vele anderen komen vaak tot gelijkluidende conclusies. Maar de vraag is of dat niet deels ook komt omdat ook deze Amerikaanse studie ook weer gebruik maakt van de gegevens van OECD, WHO etc.

De Amerikaanse bril kleurt de uitkomsten en bevindingen. Het zorgstelsel in de USA  brengt veel administratieve rompslomp met zich mee omdat er geen universele verzekeringsdekking is. Er gaat dus veel energie verloren aan papierwerk rondom rekeningen van zorginstellingen en hulpverleners. Opmerkelijk genoeg  signaleert de studie dat ook de administratieve last in Nederland hoog is (“hulpverleners zijn 40% van hun tijd kwijt aan administratie”). Hier wreekt zich wel dat niet heel duidelijk is hoe men aan die gegevens komt. De Nederlandse “back-office” van de zorgverzekeraars is hoog geautomatiseerd en van zeer hoog niveau. Zelden hoort men in Nederland een hulpverlener klagen dat de rekening door de verzekeraar niet betaald wordt. Ook patiënten zijn veel tijd kwijt met administratieve rompslomp in Nederland, geeft het rapport aan. Onduidelijk is waarop dat gestoeld is. Is het wel waar?

Het Amerikaanse fonds maakt ook belangrijke opmerkingen over “social programs” die (de kosten van ) de gezondheidszorg aanzienlijk beïnvloeden, maar ook matigen. Naar Nederland vertaald zou men kunnen veronderstellen dat een goed functionerend sociaal domein en andere sociale programma’s grote invloed op de zorg en de zorgkosten hebben. Het rapport onderstreept het belang daarvan.

Ook van de inrichting van de “primary care”, de eerstelijnszorg,  wordt hoog opgegeven. Is die goed ingericht en wordt daarin geïnvesteerd dan is dat een belangrijke indicator voor kwaliteit en matiging van de kosten. Bij primary care roemt het rapport vervolgens het Nederlandse stelsel van huisartsenposten. Die zijn inderdaad goed (telefonisch)  toegankelijk en dreigen mede daardoor eerder  ten onder te gaan aan eigen succes; daar staat tegenover dat huisartsenzorg niet identiek is aan eerstelijnszorg, die overigens juist weer tamelijk versplinterd is.

Bij internationale vergelijkingen is het belangrijk om de insteek goed te beschouwen. Zo wordt er in de VS bijvoorbeeld weer veel meer aan preventie en preventieprogramma’s gedaan dan in Nederland. Wat zou de vergelijkingen van de stelsel opleveren als men de insteek van mate van medicalisering als maat zou nemen? In alle onderzochte landen gaat het vooral om overigens vergelijkbare en overal hoge, medische kosten.

Tenslotte ziet het rapport een samenhang tussen de prijsonderhandelingen (op nationaal vastgestelde prijzen) of prijzen op basis van onderhandelingen met zorgverzekeraars. Zonder goed aan te geven waarom stelt het rapport dat nationale prijzen vaststellen simplify the transactions. Dat zal waar zijn, maar wat betekent dat voor het niveau van  de zorgkosten?

Opmerkelijk is, tenslotte, dat het rapport ook signaleert dat zorgverzekering uitgevoerd door met elkaar concurrerende zorgverzekeraars drijft naar het bieden van service en kwaliteit, mits het stelsel waarborgen omvat dat zorgverzekeraars niet aan risicoselectie (kunnen) doen en een verplicht basispakket omvat. Het rapport stelt dat Nederland wat dat betreft  vergelijkbaar is met de Affordable Care Act, zoals die door Obama is ingevoerd.

Martien Bouwmans is auteur van Het zorgstel ontrafeld.

Geef een reactie

XHTML: U kunt de volgende tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>