Nederland voert de drie decentralisaties klungelig uit

….maar de richting is juist.
Er komt in de GGZ meer evenwicht tussen preventie en de gespecialiseerde zorg voor de aller moeilijkste gevallen. De financiële sturing in de jeugdzorg komt gelukkig in één hand. En onderlinge hulp van ouderenkringen naast individuele beroepshulpen is een uitstekende doelstelling. Deze drie positieve uitspraken over de decentralisaties doen bestuurders uit de geestelijke gezondheidszorg, de jeugdzorg en de ouderenzorg in het laatste nummer van het Tijdschrift KIZ over Kwaliteit en veiligheid in de Zorg. Je kan dat artikel en die uitspraken hier lezen.

Verkeerde manier
Wat de bestuurders dwars zit, is de manier waarop regering en parlement deze decentralisaties realiseren. Er zijn geen zorgpaden per doelgroep beschikbaar. De ketenzorg klopt niet. Er bestaan geen onderlinge afspraken tussen wijkverpleegkundigen, huisartsen en gespecialiseerde GGZ-instellingen. Het (verkeerde) idee bestaat dat complexe jeugdproblematiek verdwijnt door wijkteams. En het netwerk van zorg rond doelgroepen moet de aandacht houden. Maar dat denken in doelgroepen wordt nou juist afgeschreven. De wijk is niet alles.

Redacteur Peter van Splunteren van het Tijdschrift KIZ is in het dagelijks leven senior onderzoeker bij het Trimbos Instituut en een groot implementatie deskundige. Hij noemt de drie decentralisaties klungelig zonder één partij de schuld hiervan te geven. Er is in Nederland veel kennis beschikbaar over implementatie van nieuw beleid. Daarvan is geen gebruik gemaakt.

Vier vragen
Van Splunteren, die vooral actief is in de geestelijke gezondheidszorg, stelt in het laatste nummer van KIZ vier vragen binnen zijn eigen sector die niet beantwoord worden:

  1. Wanneer begint de DSM5-classificatie en waar eindigt de diagnostiek in algemene termen van stress of angst?
  2. Welke GGZ interventies zijn effectief en passend?
  3. Wat zijn criteria om terug te verwijzen naar de huisarts en naar de gespecialiseerde GGZ?
  4. De GGZ van de huisarts valt buiten het eigen risico en die van de basis-GGz niet. Raakt hierdoor de eerstgenoemde GGZ overbelast?

Congres Financiële Toegang tot Langdurige Zorg
Op 30 september spreekt Peter van Splunteren op het congres Financiële Toegang tot de Langdurige Zorg over ernstige psychiatrische patiënten. Als deze patiënten nou niet in de wijk geholpen kunnen worden omdat hun problematiek te ernstig is, kunnen zij dan een beroep doen op wijkverpleging van de Zorgververzekeringswet, op voorzieningen van de WMO of op een intramurale plaats betaald door de Wet Langdurige Zorg?

Workshop
Deze vraag beantwoordt Van Splunteren in een workshop. Hij put hier uit de kennis die hierover binnen het Trimbos Instituut bestaat. Ook behandelt hij beleidsnota’s van andere instituten en instanties. Daarnaast geeft hij zijn verwachtingen uit over de toegang tot de langdurige zorg in 2020 voor de chronische en ernstige psychiatrische patiënten. Hij verwacht van de workshopdeelnemers dat zij hun eigen casuïstiek inbrengen en vergelijken met de kennis binnen het Trimbos Instituut.

Meer informatie
Wil je naar het congres Financiële Toegang tot de Langdurige Zorg op 30 september, waar vele wetenschappelijke instituten en instanties hun nieuwe bevindingen vertellen voordat zij in de vakpers openbaar worden? Klik dan hier voor meer informatie.

Geef een reactie

XHTML: U kunt de volgende tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>