Preventie werkt ook bij lager opgeleide ouderen

Uit onderzoek blijkt dat het effectief is om ook laag opgeleide ouderen op te roepen voor een digitaal ondersteund preventief gezondheidsonderzoek.

Onderzoek heeft aangetoond dat het zinvol is om ouderen op te roepen voor een digitaal ondersteund preventief gezondheidsonderzoek in de huisartsenpraktijk. Dit geld ook voor wijken waar veel lager opgeleiden wonen.

Vooroordelen

Volwassenen op leeftijd adviseren gezonder te gaan leven leidt altijd tot tegenstrijdige reacties. Zeker als dat programmatisch wordt aangepakt. Belangrijkste tegenargument is dat met zo’n programma alleen de ‘happy few’ meedoen, die toch al goed op hun gezondheid letten en hoog opgeleid zijn.

Preventief gezondheidsonderzoek

Het PRIMUS-onderzoek, heeft aangetoond dat het wel zinvol is om een oudere leeftijdsgroep (55-75 jaar) op te roepen voor een preventief gezondheidsonderzoek in de huisartspraktijk. Ook in wijken met relatief veel inwoners met lage inkomsten. Dit programma is ontwikkeld door drie gezondheidsinstanties te Leiden: de GGD Hollands Midden, TNO Nederland en de Vakgroep Huisartsgeneeskunde van het LUMC. Het programma wordt digitaal ondersteund.

Onderzoek

Onlangs publiceerden de onderzoekers en projectleiders een artikel over dit onderzoek. De eerste auteur is GGD medewerker Annemarie van Dijk die het artikel schreef onder leiding van hoogleraar Public Health Barend Middelkoop. Het volledige artikel tref je hier aan. Hieronder volgt een samenvatting van de resultaten, gebaseerd op een enthousiaste mail van genoemde eerste auteur.

Opgeheven vingertje

De crux is dat adviseren over een gezonde leefstijl helemaal niet met een opgeheven vingertje hoeft. Vooronderzoek liet zien dat 55 – 75 jarigen zelf goede redenen aangeven om een ongezonde leefstijl te willen veranderen. Ze willen namelijk zo lang mogelijk fit en gezond blijven. Samen met de oudere zoekt de praktijkondersteuner in het PRIMUS-consult naar passende mogelijkheden om een ongezonde leefstijl te verbeteren.

Resultaten

Vergeleken met een groep die adviezen kreeg per post, leidt het PRIMUS-consult tot het beter opvolgen van adviezen. Daarbij gebruikt de praktijkondersteuner motiverende gespreksvoering en bespreekt interventies op maat en in de buurt. Daarnaast wordt er een app aangeboden ter ondersteuning.

Ongezonde leefstijl

Om de opkomst te vergroten werden de ouderen door de eigen huisarts benaderd. Zeker niet alleen ouderen met een gezonde leefstijl deden mee: acht op de tien hadden een verhoogd risico op hart- en vaatziekten als gevolg van een ongezonde leefstijl. Meer dan de helft had overgewicht, een vijfde rookte, een zesde bewoog onvoldoende en ruim 40% dronk te veel. Daarnaast zijn ook risico’s op psychosociale problematiek gesignaleerd en besproken. De groep met verhoogd risico op psychosociale problematiek was te klein om hierin significante verschillen aan te tonen.

Conclusie

De onderzoekers concluderen dat een periodiek preventief consult voor volwassenen op leeftijd zinvol is om hart- en vaatziekten te voorkomen, zeker als de huisarts in reguliere contacten herhaald aandacht besteedt aan deze moeilijk te realiseren gedragsveranderingen.

E-health Congres

Op het 7e Nationale E-health Congres op 10 november houdt ondergetekende een plenaire voordracht over digitale ondersteuning door apps van preventieve interventies. Dit Leidse programma komt dan zeker aan de orde, evenals de GGD-webstore met goedgekeurde gezondheidsapps. Hierover schreef ik al eerder een bericht. Wil jij je verdiepen in de relaties tussen e-health en preventie, diagnostiek, behandeling en begeleiding? Wil je in één dag leren het kaf van het koren te scheiden op dit gebied? Klik dan hier, lees de brochure en meld je aan.

2 Reacties op “Preventie werkt ook bij lager opgeleide ouderen”

  1. Marieke Schuurmans

    Interessante studie echter om 55 plussers als ouderen te beschrijven is niet helemaal meer van deze tijd. Daarnaast vraag ik me af wie de consulten heeft gedaan. Was dit inderdaad de praktijkondersteuner (=mbo of hbo opgeleid en wel of niet verpleegkundige) of was het een Nurse Practitioner (= master opgeleide verpleegkundige) zoals in het artikel staat. Is voor de duiding van de resultaten en de haalbaarheid van implementatie van de interventie elders van belang.

    Beantwoorden
  2. Derk Runhaar

    Het is maar de vraag wat precies werkt.

    Een gesprek met praktijkondersteuner leidt tot het positievere zelfrapportage mbt opvolgen van adviezen na 6 weken dan wanneer mensen alleen schriftelijke informatie krijgen. Deze studie zegt niks over of patienten daadwerkelijk adviezen opgevolgd hebben, laat staan welke gezondheidseffecten deze adviezen gehad hebben voor de lange termijn. Deze studie toont dus hooguit aan dat mensen geneigd zijn om wenselijke antwoorden te geven als ze een persoonlijk gesprek hebben gehad tov onpersoonlijke schriftelijke informatie.

    Wel laat de studie zien dat mensen met een lage SES veel minder komen opdagen bij screening. Ondanks de extra moeite die onderzoekers gedaan hebben om middels huisbezoeken hun onderzoek toe te lichten, waarbij zelfs onderzoekers van dezelfde culturele achtergrond werden gematched. Dit maakt de resultaten nog lastiger reproduceerbaar in de normale praktijk.

    De conclusie uit de kop van uw artikel kan ik niet goed trekken uit de resultaten van dit onderzoek.

    Beantwoorden

Geef een reactie

XHTML: U kunt de volgende tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>